Dolle Mina
6 december 2013 - Medan, Indonesië
Hola, hier dan de beloofde Sumatra update:
Vanaf Jakarta zijn we naar Padang, Sumatra, gevlogen. Padang zelf is een klein kustplaatsje, waar wat gebouwen staan uit de tijd van de Nederlanders. De meesten zijn zo vervallen dat ze nauwelijks te herkennen zijn als Nederlands. We hebben er daarom maar een nacht geslapen. De volgende ochtend werd ik ziek, maar we moesten door naar Bukittinggi. Daar aangekomen werd het alleen maar erger. Ik heb de klokkentoren nog kunnen bezichtigen en een klein stukje van de markt. De dag erna hebben we de Japanse tunnels bezocht, maar daarna ben ik afgehaakt en heeft Yvonne de rest van het stadje zelf bezocht. Helaas moesten we i.v.m. de tijdsdruk door naar Lake Toba. ' s middags dus voor 21u de bus in. Niet relaxt als je ziek bent, maar gelukkig bleek het vanaf dat moment wat beter te gaan. Aangekomen bij Lake Toba hebben we twee dagen op het eiland gezeten en de omgeving verkend. Het eiland Samosir ligt in Lake Toba en is zo groot als Singapore. We hebben lekker gezwommen en zijn op een scooter op ontdekkingstocht gegaan. We hebben o.a. de graftombe van King Sidabutar gezien, de stone chairs van 300 jaar oud en traditionele Sumatraanse huizen.
Na Lake Toba zijn we naar Bukit Lawang gereisd. Daar hebben we een tweedaagse trekking door het Gunung National Park gemaakt. We begonnen de tocht in een rubberplantage. Overigens zagen we hier het eerste aapje al. Vervolgens trokken we de dichte jungle in. We liepen in een groep van zeven personen + drie gidsen.Voor de trekking begon werden we al gewaarschuwd 'the agressive monkey is waiting for you'. Eerlijk gezegd dacht ik ja, ja het zal wel. We waren net een uur aan het wandelen toen we Mina, the agressive monkey, tegen het lijf liepen. Wij moesten langs Mina terwijl een van de gidsen haar voerde. Vervolgens kwam Mina achter ons aan. We moesten dus min of meer op de vlucht. Gelukkig is ze liever lui dan moe en haakte al snel af. We liepen verder en hadden een flinke klim achter de rug. De gidsen vonden het tijd worden voor onze welverdiende lunch. Het picknick kleedje werd neergelegd, de nasi goreng en het fruit uitgestald toen er ineens een krachtterm door de jungle schalde, gevolgd door de naam Mina... Ik keek op en zag de aap naar ons toekomen. Ik griste mijn tas van de grond en begon te lopen. Een gids ging met ons mee. Een graaide het picknickkleed bij elkaar en de ander leidde de aap af. Voorlopig nog geen lunch...We zijn doorgelopen tot we uit het territorium van Mina waren. Daar hebben we gelunched. Al was dit geen ontspannen lunch. De gidsen vertrouwden het niet helemaal en waren heel alert. Gelukkig hebben we Mina niet meer gezien. Wel een hoop andere Orang Oetangs en twee andere aapsoorten. Na de lunch begon het te regenen en als snel ging dat over in hozen. We moesten nog een dik uur tot het kamp. Druip en druipnat arriveerden we bij het kamp. Daar wisselde ik mijn shirt voor een droge. Na een tijdje voelde ik een scherpe prik in mijn hals. Ik voelde en trok iets uit mijn hals. Zonder te kijken gooide ik het weg. Het bleef prikken. Ik vroeg Yvonne wat er aan de hand was, maar zag toen een straaltje bloed mijn decolleté inlopen. Het heeft echt heel lang best wel gebloed. Ik kwam er toen ook achter dat de 'modder' op mijn shirt geen modder was, maar bloed dat door de regen flink uitgedund en in mijn shirt getrokken was. Fijne bloedzuiger, mijn shirt is niet meer schoon geworden.We hebben overnacht in een soort bamboe bunker. 's Avonds nog twee watervaranen gezien. De volgende ochtend kwam aap Jackie ons gedag zeggen in het kamp. Daarna trokken we naar een waterval en hebben daar gezwommen. Tussen de middag hebben we gegeten in het kamp en zijn daarna de rivier afgezakt op wat banden. Dit werd raften. Een gids voorop, een gids achterop. Beiden met stok om te sturen. Van de voorste gids brak de stok, waardoor we eigenlijk stuurloos raakten. We kwamen in een sterke stroming terecht en zagen even paniek op de gezichten van onze gidsen. Wij voelden ons toen ook niet meer zo zeker. We sloegen bijna om. Ik vond het doodeng. We knalden tegen een rots en gingen achterstevoren de rivier af. Wat was ik blij dat ik een reddingsvest geeist had, omdat ik anders de rivier niet af zou gaan. Een van de gidsen verloor bijna zijn evenwicht en verloor daarbij in ieder geval een schoen. Ze schreeuwden naar de groep voor ons. Die gidsen konden zich ergens aan vastgrijpen en hadden een extra stok bij zich. Een van hen sprong in de rivier om ons de stok te brengen. We zijn uiteindelijk, met hartkloppingen en al, teruggekomen bij onze accommodatie.
Na Bukit Lawang was het alweer bijna tijd om Indonesië te verlaten. We zijn naar Medan gegaan, waar we de Grand Mosque (Mesjid Raya) en het paleis bezichtigd hebben. De laatste ochtend vroeg opgestaan zodat we zeker wisten dat we om 11.00u op de luchthaven zouden zijn. Daar aangekomen bleek onze vlucht 6 uur vertraging te hebben. Uiteindelijk kwamen we 's avonds laat aan in Kuala Lumpur.

Liefs Nicole